Het eerste weekend - 2008

 

Vertaald door Gerda Meijerink
Gebonden, 192 blz. € 15,00
978 90 5936 197 3

Koop of bestel het boek bij uw plaatselijke boekhandel of bestel via onze webshop

 
- Titelpagina
- Leesfragment
- Recensies
 

Even voor zevenen was ze er. Ze had verwacht zo vroeg in de ochtend sneller vooruit en eerder aan te komen. De vertraging door de talloze wegwerkzaamheden had haar nerveus gemaakt. Zou hij naar buiten komen, vergeefs naar haar uitkijken en dan teleurgesteld en ontmoedigd zijn? In de achteruitkijkspiegel ging de zon op – ze was de zon liever tegemoet gereden dan ervan weg, ook al was ze er dan door verblind.

Ze parkeerde waar ze altijd had geparkeerd en legde de korte afstand naar de poort even langzaam af als ze altijd had gedaan. Ze zette alles wat met haar eigen leven te maken had uit haar hoofd en maakte ruimte voor hem. Weliswaar had hij altijd al een vast plekje in haar hoofd - er ging geen uur voorbij zonder dat ze zich afvroeg wat hij op dat moment deed, hoe het op dat moment met hem ging, maar wanneer ze met hem samen was, bestond voor haar alleen hij. Nu zijn leven niet langer stilstond, maar weer in beweging kwam, had hij haar aandacht meer dan ooit nodig.

Het oude, uit zandsteen opgetrokken gebouw lag in de zon. Weer trof het haar als eigenaardig dat een gebouw zo’n vreselijk doel diende en toch zo mooi kon zijn: de muur met de wilde wingerd, gras- en sapgroen in de lente en de zomer, geel en rood in de herfst, de kleine torentjes op de hoeken en de grote toren in het midden, waarvan de ramen aan de ramen van een kerk deden denken, de zware poort, afwijzend, alsof hij niet de bewoners binnen, maar hun vijanden buiten wilde sluiten. Ze keek op haar horloge. De mensen daarbinnen lieten je graag wachten. Het was haar regelmatig overkomen dat ze een bezoek van twee uur had aangevraagd en dan na het toegestane ene uur gewoon niet was opgehaald, zodat ze nog een halfuur of drie kwartier bij hem had gezeten zonder nog echt bij hem te zijn.

Maar toen om zeven uur de klokken van de nabijgelegen kerk begonnen te luiden, ging de poort open en kwam hij met zijn ogen knipperend tegen de zon naar buiten. Ze stak de straat over en omhelsde hem. Ze omhelsde hem voordat hij de twee grote tassen kon neerzetten, en hij onderging haar omhelzing zonder die te beantwoorden.
‘Eindelijk,’ zei ze, ‘eindelijk.’
‘Laat mij rijden,’ zei hij toen ze bij de auto stonden, ‘ik heb er zo vaak van gedroomd.’
‘Durf je wel? Er wordt tegenwoordig sneller gereden, en het verkeer is drukker.’

Hij stond erop, en bleef ook rijden toen het zweet van inspanning op zijn voorhoofd verscheen. Ze zat gespannen naast hem en zei niets wanneer hij in de stad bij het afslaan en op de snelweg bij het inhalen fouten maakte. Totdat er een wegrestaurant werd aangekondigd en ze zei: ‘Ik ben toe aan een ontbijt, ik ben al vijf uur op.’

Ze had hem eens in de twee weken in de gevangenis bezocht. Maar toen hij met haar langs het buffet liep, het dienblad vollaadde, bij de kassa stond, van de wc kwam en tegenover haar zat, had ze een gevoel alsof ze hem na lange tijd terugzag. Ze zag hoe oud hij was geworden, ouder dan ze bij haar bezoekjes had waargenomen of zichzelf had bekend. Hij was nog steeds een goed uitziende man, lang, hoekig gezicht, heldergroene ogen, vol, grijsbruin haar. Maar zijn slechte houding accentueerde zijn buikje, dat niet bij zijn magere armen en benen paste, hij liep niet, maar slofte, zijn gezicht was vaal, en de rimpels, kriskras over zijn voorhoofd en loodrecht en lang in zijn wangen, duidden niet op concentratie, maar eerder op uitputting. En als hij sprak – ze schrok hoe traag en aarzelend hij op haar woorden reageerde, en van de ongecontroleerde, nerveuze gebaren waarmee hij zijn woorden kracht probeerde bij te zetten. Waarom was haar dat bij haar bezoekjes nooit opgevallen? Wat was er met hem aan de hand? Wat speelde zich allemaal in hem af?

 
 
 
 
 
copyright (c) 2016 Uitgeverij Cossee - www.cossee.com
 
Naar Cossee.com